Pers


Aranis is genomineerd voor beste buitenlandse album 2010 (ProgAwards)!

De Standaard 20/11 over Aranis RoqueForte

"...Dynamisch, jazzy en folky tegelijk, en een pact tussen geschoolde ernst en spontane energie: dat is ook Roqueforte ( ) van Aranis. Hier klinkt niet de sierlijkheid van Zefiro Torna, noch de grillige zotheid van Aurelia. Aranis klinkt meer uitgemeten, met een strakke maat en flink wat minimalisme als inspiratie.
Joris Vanvinckenroye componeerde elf instrumentale stukken. Hij zet rust tegenover jachtigheid en zoekt intense druk. Tussen elke repetitieve compositie staat een 'Ade', een trage zoemtoon die versierd wordt met ijl pianospel. Aranis heeft wat meer tijd nodig om door te dringen, omdat verwacht wordt van de luisteraar dat hij in minder ook meer voelt..."

Antoine Legat- folkroddels.be 07/11/'10

ARANIS in N9 (De Villa) te Eeklo op zaterdag 6 november 2010.

 

Aranis maakt zuiver instrumentale muziek en dan denkt men al snel aan formaties uit heden en verleden als DAAU, Ballroomquartet, Bal des Boiteux en aan gelijkaardige gezelschappen bij wie de zang sporadisch is, de tekst niet centraal staat of waar er in een ingebeelde taal wordt gezongen, zoals Olla Vogala, rockduo Madensuyu en Troissoeur. Binnen deze brede waaier aan folk- en klassiek gerichte, een zeldzame keer jazz of rock georiënteerde bands bekleedt Aranis een unieke plek. Dat is zo op cd, maar dat blijkt nog scherper live. Eindelijk waren we getuigen van zo’n optreden (daar was echt de jinx mee gemoeid: Aranis zien en sterven!) en prompt vervoegen we de believers: de presentatie van de nieuwe cd ‘Roqueforte’ (uit op Homerecords) in De Villa van de N9 op zaterdag 6 november was er eentje om in te lijsten.

 

We vermeldden niet toevallig Troissoeur, want drie leden van het kwartet waren (zijn) broers: Rein, Edwin en Joris Vanvinckenroye. Die laatste kanaliseerde zijn creativiteit als componist en staande bassist in geesteskind Aranis en de cd’s ‘Aranis (I)’, (2005), ‘Aranis (II)’ (2007), ‘Songs From Mirage’ (2009) en de nieuwe, terwijl hij ook de solo cd ‘Cycles’ (op Homerecords) uitbracht met enkel maar contrabas onder de naam BASta, die we overigens volmondig aanraden: tracks als ‘SRP’, ‘Bauw’ en ‘Basta’ laten horen dat het instrument onvermoede klankmogelijkheden heeft! Het toeval (?) wilde dat op 7 november, één dag na het N9-concert de première plaatsgrijpt van de ‘duoversie’ van ‘Cycles’ met aan het accordeon Sara Salvérius.

 

Aranis trad aan in een lichtjes gewijzigde samenstelling, zoals Jana Arns (traverso) het stelde in haar commentaar: ‘Minder vrouwen, meer rijpere heren, wat het menu hartiger maakt’. De voornaamste verandering is dat Aranis nu beschikt over een drummer. En welke drummer! Amerikaan David Kerman is helemaal geen onbekende in de wereld van progrock en de experimentele muziek als lid van 5uu’s, Thinking Plague en de Nederlandse band Blast. Hij werkte samen met groten als Chris Cutler en Fred Frith. Sinds een paar jaren woont hij in Bazel, wat hem de mogelijkheid geeft Aranis te voorzien van een degelijke ritmische basis (hij is ook lid van de onderschatte Belgische progrock band Present en van Ahvak in Israel, waar hij woonde – Kerman heeft overigens gedeelde US en Israeli nationaliteit) Je hoefde dit echter niet te weten om onder de indruk te komen van zijn verfijnde en precieze spel. Om in deze kleine ruimte de drums niet al te luid te laten klinken speelde hij niet op de gewone stokken maar op chop sticks. Maar de man weet zelfs spuitbussen en ander onconventioneel tuig in te werken in zijn ritmiek.

 

De inbreng van Jana Arns mag dan helemaal overbodig zijn voor het genieten van de muziek, het is toch aangenaam voor de toehoorder om enkele malen toegesproken te worden: zo’n rustpunten verhogen het contact met de groep die zich enkel muzikaal laat gelden. Bovendien maken de interventies één ding duidelijk: de titels van de twaalf stukken staan op de cd onvolledig afgedrukt. Jana verduidelijkt dat, zoals de titel ‘Roqueforte’ al enigszins hint, het geheel opgezet is als een culinair hoogstandje, een menu dat naar Bourgondisch Vlaamse gewoonte, copieus is. Met de nodige woordspelingen wordt alles verduidelijkt. Zo is nummer twee ‘Ade I’ te begrijpen  als ‘Salade I’, nummer zeven ‘Naise’ als ‘Spaghetti Polonaise’ en nummer negen ‘Tissim’ als ‘Tomatissimo’. Dat wordt dan zwierig en met de nodige, soms wel voorspelbare woordspelingen aan de M/V gebracht.

 

Excuus voor volgende povere beschrijving, maar de muziek van Aranis tart elke beschrijving, zeker live. ‘Roqueforte’ is een ge(s)laagde cd, die alles biedt wat een liefhebber van spannende muziek, niet zonder filmische kwaliteiten, zich wensen kan, in de lijn dus van de voorgangers, maar dan met slagwerk erbij. Op toneel komt daar nog een dimensie bij. Er is natuurlijk het visuele aspect, hoe die mensen opgaan in het bespelen van hun instrument én in het voor deze muziek zo belangrijke samenspel. Het is op zich al een fascinerend zicht hoe Joris Vanvinckenroye zijn mensen met de ogen aanvuurt, terwijl hij ostentatief geniet van de fijne uitvoering van zijn werk. David Kerman en altviolist Stefan Wellens dragen bij tot een dynamiek, die echter louter in functie blijft van de muziek. Want die is het die finaal alle aandacht zuigt: live speelt Aranis intense, geladen, grillige, bijwijlen onverwachte, maar tegelijk heel organische composities. Die lijken telkens weer een andere richting uit te gaan, maar je hebt nooit het gevoel naar een lappendeken te luisteren, want de puzzelstukken vallen uiteindelijk op de juiste plaats: het zijn volwaardige mini symfonieën.

 

Je bewondert het individuele kunnen van deze mensen: we vernoemden nog niet Liesbeth Lambrecht (viool), Pierre Chevalier (keys), Stijn Denys (gitaar) en Marjolein Cools (accordeon), stuk voor stuk gedegen musici. Natuurlijk krijgt elk instrument op tijd en stond en beurtelings een leidende rol, maar echte ‘solo’s’ of egotripperij zijn daar niet bij. Het samenspel, het ‘sym-fone’ is allesoverheersend. De afwisselende klankkleuren zijn immer boeiend, maar worden bereikt zonder effecten en louter met de in dit stuk opgesomde akoestische en klassieke instrumenten.. De (akoestische) gitaar heeft wel een speciale, uitgekiende klank, maar die is uniform en past wonderwel in het totaalgeluid: de effectpedalen blijven thuis. Het klavier haalt uiteraard een zeldzame keer een wat ongewone bruitage op (iets wat op doodsklokken lijkt in het broeierige ‘Past’, bij voorbeeld), maar klinkt doorgaans gewoon als een piano.

 

Wie voor melancholische deunen komt, is er aan voor de moeite: dit is jachtige, gedreven muziek, waarin zachtere passages de heftige ritmiek in- of uitleiden, of ruimte geven om op adem te komen. Wonderlijk is ook die onmiskenbare onderhuidse swing. We wilden het ‘funky’ noemen maar iemand van Aranis corrigeerde achteraf in ‘groovy’. Zelden zo’n groove gehoord in muziek geproduceerd met deze middelen die je normaal klasseert onder ‘folk’ of ‘klassiek’.

 

Eerste  < 4 5 6 7 8 >  Laatste


Copyright 2017 - Maarten Lambrecht